Nieuws

Dit artikel is gepubliceerd in  Vakblad Slagersvak april 2021

Ze kwam drie tot vier per week bij ons in de winkel. Lange jas die 25 jaar geleden in de mode was, afgetrapte schoenen, ongekapt haar.  Om haar heen hing een wolk van alcoholdampen en de geur van ongewassen kleding en slechte persoonlijke verzorging.

Ondanks haar verloederde voorkomen kon je zien dat het vroeger een dame van klasse was geweest. Ze sprak goed Nederlands maar met een onmiskenbaar duidelijk aanwezig Duits accent.

De tijd en de drank hadden onuitwisbare sporen in haar gezicht achtergelaten, waardoor haar leeftijd niet meer te schatten was. Misschien was ze 60 of 70 maar het kan ook 80 geweest zijn.

Met haar altijd een klein hondje, welk ras? Ik denk van het ras dat ze in Rotterdam een Roteb terrier noemen, in Amsterdam een vuilnisbakkie.

Al de jaren dat ze bij ons in de winkel kwam probeerde ze het keffertje mee naar binnen te nemen. Ze stond dan aan het eind van de toonbank bij het raam. Je hoorde of zag het beestje niet maar als ze de winkel uit was zag je dat hij de sporen had achtergelaten in de vorm van een geel stinkend plasje.

Meestal had ik er op tijd erg in en wees haar hondje de deur. Ze sjokte dan naar buiten en bond het beestje vast aan de daar voor bestemde haak. Vervolgens bleef het beestje keffen tot ze weer naar buiten kwam maar dit met volume van een Dobermann Pinscher.

Zoals veel klanten waar we de naam niet van kenden kreeg ze van ons een bijnaam, zij werd aangeduid met “de Duitse vrouw met die koethund”

Zoals gezegd kwam ze 3 tot 4 keer per week. Voor het beestje kocht ze 2 ½ ons gesneden rosbief. Liefst het laatste stukje wat doorgegaard was. Voor zich zelf schouderham, blikzult en andere vleeswaren, nooit heeft ze vers vlees gekocht.                                                                                             

Met enige regelmaat probeerde ze wat te stelen. Maar in de weerspiegeling van het raam hield ik haar altijd in de gaten. Met veel misbaar kreeg ik dan te horen dat er een theeworstje op de bon stond die zij niet gekocht had. Klopt mevrouw, die heeft u in uw jaszak gedaan. Ze sjokte al mopperend de winkel uit om 2 dagen later weer terug te komen en het weer te proberen.

De “Duitse vrouw met de koethund” is een aantal jaren klant bij ons geweest. Het was een herhaling van zetten. Ze kwam binnen en het hondje verraadde zijn aanwezigheid door stil te zijn. Met enige regelmaat pakte ze wat van de toonbank om het in haar zak te steken en ik sloeg het dan zonder verdere opmerking aan op de kassa. Al met al redelijk voorspelbaar, maar geen basis voor een vertrouwensrelatie.

Op een zaterdag kwam ze wat later dan gewoonlijk, het hondje werd keurig buiten vastgebonden en ze deed haar bestelling. Alles ingepakt en haar aangereikt vertelde ze dat geen geld te hebben maar volgende week te komen betalen.

Dat is goed mevrouw.

Mijn vrouw en de verkoopsters zeiden in koor; dat geld zie je nooit meer. Ze waren het allemaal met elkaar eens dat het een domme actie was om haar te vertrouwen en op de pof te laten kopen.

De dinsdag daarop is ze het geld wezen brengen.

Door het nakomen van de belofte zag je een glimp van glans van haar oude klasse.

Erik Hoogink

Dit artikel is gepubliceerd in  Vakblad Slagersvak april 2021